Zomervakantie III


1967

Nu we niet meer naar Eupen konden, ging pa op zoek naar een andere vakantiebestemming. Samen met zijn jongere broer Frans, die met zijn gezin in een flat in Rijswijk woonde, vatte hij het plan op om voor twee weken van huis te ruilen. De oppas voor Chrisje-de-hond was daarmee ook geregeld. Ze hoefden hem alleen maar te voeren, want hij was gewend om zichzelf uit te laten. Het gras maaien was meer werk.

1967 Bernadette, Chrisje en Monica

Chrisje-de-hond was intussen een volwaardig gezinslid geworden. Bernadette kreeg hem voor haar eerste communie van oom André, een broer van pa, en tante Mieke. Zij hadden een huis vol dieren en een hond met puppies. Bernadette was doodsbang voor honden en mijn vader had er een hekel aan. Reden te meer voor tante Mieke om een hondje cadeau te doen. Zus Mieke ging hem ophalen met de Mobilette. Ik zie haar nog terugkomen met voorop, in het stalen mandje met roodgeruite bekleding, het hondje. Ik was meteen verkocht. Het was een zwart-witte pup, een vuilnisbakkenras, nog heel klein en niet zindelijk. Tante Mieke had hem meegegeven met de mededeling dat we hem, om pa te pesten, maar Chris moesten noemen. Daarmee hadden we een Chris junior in huis, die vanaf toen Chrisje heette. Hij paste zich gemakkelijk aan in het gezin waar onvoorwaardelijke liefde en lichte verwaarlozing hand en hand gingen. Behalve Bonzo-brokken at hij mee met wat de pot schafte en soms bracht ma vers hart mee van slager Kleine. Toen eerst de kinderen geen zin meer hadden om hem uit te laten, en later ma ook niet meer, liet hij zichzelf uit. Soms bleef hij wel heel lang weg, maar hij kwam altijd terug en dan waren we heel blij hem weer te zien. Zelfs pa, die in het begin zei dat hij Chrisje haatte, noemde hem na verloop van tijd zijn beste vriend.

1969 Monica, Chrisje en neef Harry
Fragment van het Rommedoeke van Stef Kleijn, 6 juli 1967 ( Bron: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010538599:mpeg21:p005 )

Op een mooie dag in juli kwamen oom Frans, tante Winny, Toon, Harry en Ben in hun Fiatje naar Sittard gereden om zich in onze villa te installeren en wij stonden klaar om met het openbaar vervoer naar Rijswijk te reizen. Niet het hele gezin, Pieter en Liesbeth woonden niet meer thuis en hadden andere plannen. Mieke zou later een paar dagen met haar vrijer Jos komen.

Met onze koffertjes stapten we in de trein, maar niet rechtstreeks naar Rijswijk. Pa had een hele reis dwars door Nederland uitgestippeld, want, zoals Stef Kleijn al schreef, we moesten wat van Nederland boven de rivieren gezien hebben. We spoorden naar Kampen, waar het kopstationnetje aan de andere kant van de IJssel ligt dan het stadje, aan de IJsselmuidense kant. Pa had verteld dat in deze streek de mensen behoorden tot de zwartekousenkerk. Heel strenge protestanten, die op zondag drie keer naar de kerk gingen. Een heel ander slag dan wij, katholieke Limburgers. Die woorden herinnerde ik me nog goed toen ik in 1994 in IJsselmuiden ging wonen en, tot mijn opluchting, erachter kwam dat er niet alléén maar zwartekousen woonden.

Een van de redenen om deze reis te maken, was dat pa vond dat we de polders, de grote Hollandse werken, moesten zien. Dus namen we in Kampen de bus naar Urk, dwars door de Noordoostpolder. Tamelijk saai vond ik die eindeloze vlakten met akkers en weilanden met koeien en hier en daar een boerderij. Op Urk liepen wat rond en ik spiedde naar zwartekousen. Bij de haven snoven we de vislucht op. Daar lag de boot die ons over het IJsselmeer naar Enkhuizen bracht, waar we weer op de trein stapten om uiteindelijk op station Rijswijk aan te arriveren.

Bij de flat aan de Tamboerijnlaan aangekomen, beklommen we de trappen naar ons op vierhoog gelegen vakantieverblijf. Ik vond het best groot, er was zelfs een zolderverdieping. De omgeving was totaal anders dan Eupen, geen groen en heuvels, maar beton en steen. Ik vond het niet minder leuk, want de stenen jungle bood allerlei andere, nieuwe dingen. Zo was in Rijswijk net De Bogaard geopend, het modernste winkelcentrum van Nederland. Het was deels overdekt, net als een Amerikaanse shopping mall. Ik mijn ogen uitkeek. Het Sittardse winkelaanbod van Derez, Dieteren, Kleikamp en Kleine verbleekte erbij.

Voor cultureel verantwoorde uitstapjes gingen we naar Den Haag. Het in de tram stappen was voor mij nogal stressvol. Kwam de tram aanrijden dan zette ik me al schrap om, zodra de deuren open gingen, zo snel mogelijk naar binnen te glippen, doodsbenauwd was ik om klem te komen zitten tussen de klapdeuren. Terwijl de tram alweer schuddend en bellend optrok, moest ik het vooraf gekochte tramkaartje nog in de automaat zien af te stempelen. Met een hand hield ik me vast en met de andere frommelde ik het kaartje in het apparaat. Na een goedkeurende ping, kon ik op zoek naar een zitplaats. Met zweethandjes hield ik me vast en liep schuddend van bankje naar bankje, totdat ik naast Bernadette kon neerploffen.

In Den Haag gingen we naar Het Binnenhof en de Ridderzaal en de Gevangenpoort. Dat laatste bezoek staat me nog het meest bij. We kregen een rondleiding langs allemaal martelwerktuigen met beeldende verhalen van de gids. De pijnbank, het rad om te radbraken en het beulszwaard vond ik heel eng, maar het toppunt van marteling vond ik, fervente duimzuiger, de duimschroef. Pa zal vast met een twinkeling in zijn ogen een opmerking hebben gemaakt in de trant van ‘Die zou goed van pas komen voor jou…’

Een dagje Madurodam met vlnr tante Annie, tante Aag, Bernadette, Monica en mama

Gelukkig maakten we ook minder lugubere en kindvriendelijkere uitstapjes, naar Madurodam bijvoorbeeld. Het was een mooie zomerse dag en ik voelde me een echte dame met het door zus Mieke gemaakt jurkje. Het was oranje, met kleine bloemetjes en bovenaan een smokrand.

De dagjes naar het strand waren het hoogtepunt van de vakantie. Het was mijn eerste bewuste kennismaking met de zee. Heel wat anders dan het Wetzlarbad in Eupen. Met de bus gingen we naar Kijkduin. Roets, roets, de lange trap af naar het strand, waar we ons achter een windscherm installeerden. De hele dag sprong ik tegen de golven in en bouwde ik zandkastelen. De kleffe, platgedrukte witte broodjes met gesmolten hagelslag en de lauwe limonade smaakten heerlijk. Na een lange dag van zon en zee, mochten we bij de patatkraam boven aan het duin een zak frites kopen. We hoorden dat de mensen op z’n plat Haags een patatje met bestellen. Dus vroegen wij, in plaats van frites met mayonaise, ook om een patatje met. Ik vond dat Haagse gebrauw niet aardig klinken. Zeker niet toen de buschauffeur een keer ons kortaf weigerde de bus in te laten, omdat we een ijsje aan het eten waren.

Roets, roets, de lange trap af in onze blauw-wit gestreepte strandjurkjes, ook door Mieke gemaakt. Bernadette duidelijk behendiger dan ik!
Anneke, Monica, mama, Paulus,Bernadette, Mieke
Bernadette, ma, Paulus, Anneke

Opvallend dat de dames allemaal een bikini of badpak aan hebben, maar dat Paulus volledig gekleed op de foto’s staat. Hij was bijna 13, dus het zal wel iets met zijn leeftijd te maken hebben gehad.

Pa ging niet mee naar Kijkduin, zijn hekel aan water werd zo mogelijk nog overtroffen door zijn hekel aan zand. En op een dag bleef Paulus bij pa in de flat. Toen de rest weer thuiskwam van het strand, vroeg Paulus langs zijn neus weg aan Mieke en Jos of ze zin hadden in een potje canasta tegen hem en pa. Canasta is een soort jokeren en met z’n vieren wordt het in teams van twee tegen twee gespeeld. Daar was het stel wel voor te vinden. Er kwamen nootjes, bier en colaatjes op tafel en de kaarten werden gedeeld. Hieronder volgt een wedstrijdverslag.

Nadat de kaarten zijn gedeeld en de deelnemers de kaarten in hun hand hebben gesorteerd, legt Paulus twee rode drieën op tafel en pa ook, de eerste 800 punten zijn binnen voor vader en zoon. Na de eerste ronde van ‘slechte weg, goede pakken’, wordt er een kaart van de stok omgedraaid en begint het spel echt. De omgedraaide kaart is een joker en daarmee is de stapel direct geblokkeerd, waardoor het een stuk moeilijker is om de stapel te pakken. De stapel groeit gestaag en er komen steeds meer goede kaarten in terecht. De spanning is om te snijden, want wie de stapel kan pakken, is spekkoper. En dan is Paulus aan de beurt, hij pakt de stapel en etaleert glunderend de kaarten. Er blijkt een grote hoeveelheid hele canastas (zeven dezelfde kaarten) in de stapel te zitten en dan pa heeft zijn kaarten er nog niet erbij gelegd. Jos is not amused, hij is aan de beurt en hij kan niet op tafel. Gefrustreerd verwijt hij Mieke waarom zij de stapel niet heeft gepakt. Op zijn beurt schuift pa met een grote grijns zijn kaarten bij die van Paulus aan. Nog meer hele en ook nog een paar halve canastas (minimaal vier dezelfde kaarten aangevuld tot zeven met jokers). Zijn laatste kaart is een zwarte drie (100 minpunten) die hij op de stapel gooit en daarmee is de eerste ronde uitgespeeld. Mieke en Jos zijn totaal overbluft en eindigen dik in de min. Pa en Paulus komen ver boven de 5000 punten uit. Dat betekent dat zij het spel in één ronde gewonnen hebben. Dat is ongeëvenaard! Hoe is het mogelijk?

Er wordt nog meer bier en cola ingeschonken en dan komt de aap uit de mouw. Pa en Paulus hebben de hele middag gebruikt om de kaarten zo te sorteren dat zij met overmacht het spel zouden winnen. Een typisch geval van doorgestoken kaart. En al snel kan erom gelachen worden, zij het dat Jos lacht als een boer met kiespijn. Welkom bij de familie Smits.

Het laatste woord is voor Stef Kleyn, die treffend het gezinsleven in huize Smits weet te typeren.

Fragment van het Rommedoeke van Stef Kleijn, 6 juli 1967 ( Bron: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010538599:mpeg21:p005 )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.